
Wereldsteden zoals Parijs verlenen hun aantrekkingskracht door hun dynamiek, hun historie, hun veelkleurigheid, hun eigenheid, hun cultuur. Wil je daar veel van opsnuiven, dan sjouw je wat rond in zo’n stad. Ik was benieuwd hoe het zou zijn om met twee tieners een metropool te doorkruisen.
Vandaag startten we onze tweede dag in Parijs bij, hoe kan het ook anders, de Eiffeltoren. Met het risico slechts een cliché in te stappen, konden we toch niet niet naar de icoon van Parijs gaan kijken. Hoewel een bezoek aan de Mona Lisa Katy en mij enkele jaren geleden om die reden wat tegenviel (te vaak al gezien), was dat niet het geval bij de toren. We vonden het toch bijzonder, toen we zelf onder de constructie van ruim tien miljoen kilogram ijzer en staal doorliepen. De grootte, de aantrekkingskracht op de drommen toeristen, en natuurlijk zijn verleden (gebouwd als tijdelijk object, in het begin verfoeid om zijn lelijkheid), maakten het toch tot iets wat je gezien wilt hebben. Max klikte z’n iPod vol met foto’s. Daarna aten we een stokbroodje en maakten een boottocht op de Seine: veel Parijzer konden we het niet maken. En ja, we waren er nu toch. De ontelbare andere monumenten van Parijs gleden aan ons voorbij.
Hoe vonden onze twee tieners het allemaal? ‘Al die verschillende mensen bij elkaar, dat is mooi,’ was Max (13) zijn antwoord. ‘Dat je een zwerver ziet, en daarnaast een man in een mooi pak.’ Sam (16) beaamde dat: ‘Mensen kijken is leuk.’ Zijn gezicht had dan ook geglommen toen we op het terras van een cafeetje op Montmartre plaatsnamen om achter een glas verkoeling naar de voorbijtrekkende menigte te gaan zitten kijken. De grote variatie aan mensen, dat is vooral wat de jongens aanspreekt. Maar toch ook de stad zelf. Sam: ‘Hoewel ik normaal niet van gebouwen en kerken en zo hou, vind ik ze hier toch wel mooi. En dat zegt heel wat.’ Inderdaad.
Een apart slag mensen waar we misschien wel het liefst naar kijken zijn de straatartiesten. Diversen hebben we er al kunnen zien: een Michael Jackson, breakdancers, en in Montmartre ook een weergloze voetballer. Hij hield een bal op ogenschijnlijk honderden manieren hoog, onderwijl zichzelf ontdoend van enkele kedingstukken toen de zon feller begon te branden. Hij deed dat zo knap, dat dat op zichzelf al grote bewondering opriep van ons vier, en van de vele andere toeschouwers op de trappen voor de Sacré-Cœur. Maar de man deed dat ook nog op letterlijk een vierkante meter, hoog op een muurtje, waardoor zijn prestatie nog spannender en knapper werd. Iya Traore, heet de atiest, en hij maakte onze rustpauze na een dag Parijs in elk geval zeer memorabel.

Ben benieuwd wie we morgen allemaal gaan tegenkomen.


Vakantiebabbels kun je ook volgen via Twitter ! (klik hier om te volgen)
Laatste reacties